
Wet op de dierproeven
Artikel 2
1
Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister dierproeven te verrichten.
2
De vergunning geldt, voor wat betreft het verrichten van proeven als in artikel 1, eerste lid, onder a-d bedoeld, uitsluitend voor zover de proeven, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op het belang van de gezondheid of de voeding van mens of dier.
3
Indien Onze Minister van oordeel is dat een gewichtig ander belang zulks wettigt, kan hij in de vergunning bepalen dat zij mede geldt voor het verrichten van dierproeven als in artikel 1, eerste lid, onder a-d bedoeld, die, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op dat - in de vergunning aan te geven - andere belang.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN AF2601, Kort geding, KG 02/1518
Rechtsoort
Civiel overig
Datum uitspraak
03-01-2003
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Kort geding
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank 's-GravenhageRECHTBANK 's-GRAVENHAGE sector civiel recht - voorzieningenrechter Vonnis in kort geding van 3 januari 2003, gewezen in de zaak met rolnummer KG 02/1518 van: de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren, gevestigd te 's-Gravenhage, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, procureur mr...